Het kabannen is nu echt begonnen. Met ongeveer 180 aanwezige VIPS (voor ons is iedere gast dat) hebben we de KABAN van Kapellerput op 24 september geopend. Met een knipoog naar de Legende van Kapellerput had Joris van Midden van “De Kwekerij” een programma samengesteld met theater, muziek, licht, dans en circus. Het werd een echte belevenis. De artiesten leidden onze gasten door het bos langs postmoderne staties van verrassende en absurdistische opstellingen met beelden, Lourdeswater en dode kraaien. Schimmige figuren zweefden door het bos. Af en toe stapte een mevrouw in het rood gekleed door een deuropening. In witte jurken gehulde danseressen voerden in het (koude) ven een hemels aandoend waterballet op. Circusartiesten deden acrobatische oefeningen aan de KABAN. Een reizigers processie trok door het venwater om de KABAN te beklimmen. Klokgelui deed vermoeden dat de ooit verzonken kapel uit de legende weer boven water was gekomen. Het was een mooi, boeiend en soms spectaculair schouwspel. In plaats van de grote knal met vuurwerk eindigde het openingstheater, na het plaatsen van de KABAN-vlag, met wegstervende cello muziek. Ingetogen en uiteindelijk eindigend in absolute stilte. Die betoverende stilte nam totaal bezit van de omgeving. Geen gekuch, geen gepraat. Applaus bleef nog even uit. Zelfs de overvloedige natuur was onder de indruk en hield zich stil. Geen kikker gehoord. En dat in een gezelschap dat een gezellig avondje uit was. Een geanimeerde en gezellige groep mensen waarmee we net in Frans Bourgondische sfeer van een heerlijke maaltijd hadden genoten. In deze stilte was het ademen zelfs hoorbaar. Die stilte die overviel mij net zozeer. Als gastheer was het daardoor bijna onmogelijk aan het einde de ingestudeerde zin uit te spreken: