“Noelle is mijn zuchtmeisje. Ze is bruusk, verveeld, verwend en tegelijkertijd (of misschien wel daarom) heel erg mooi en leuk (..) Kijkend naar Noelle word ik een beetje wee, een beetje soft. Kijkend naar Noelle moet ik zachtjes zuchten om de wegzakkende zon achter de bergen, de dingen van het leven, de vergankelijkheid van alles om ons heen.” Ronald Giphart in GIPH (1993).